Door de ogen van Stephan Hausner

Stephan, opstellingen zijn je werk en in zekere zin je leven. Er moet een goede reden zijn om dat te doen. Wat is het fundament van waaruit je werkt? 

Mijn belangrijkste focus is heling. Opstellingen dragen de voor mij belangrijke elementen voor heling in zich. Mijn achtergrond is de homeopathie. Daar is een belangrijk principe dat het helende middel jouw situatie weerspiegelt. Toen ik voor de eerste keer opstellingen meemaakte bij Bert Hellinger, zag ik dat dit homeopathische principe op een bijzondere manier werd toegepast, doordat representanten de echte situatie van de cliënt weerspiegelen. Én opstellingen gaan nog verder, voorbij het persoonlijke.

Kun je dan wat meer zeggen over hoe je naar een opstelling kijkt? Wat zou ik zien als ik door jouw ogen zou kijken? 

Eén van de vele aspecten is dat een opstelling een afbeelding is van wat er speelt ín de cliënt. Als ik kijk naar de bewegingen in en van een representant, dan kan ik voelen en waarnemen of het lichaam van de cliënt in resonans is met die bewegingen van de representant. Er is een voortdurend parallel proces tussen representanten en wat er in het lichaam van de cliënt gebeurt. Dan moet ik uitvinden: waar stemmen de bewegingen en de informatie van de representanten overeen met wat er in de cliënt gebeurt en waar niet. Ik werk met wat er níet overeenstemt tussen opstelling en cliënt.

En wat doe je dan? 

Daar doemt een ander principe op. Dat van traumatherapie. Als er een overweldigende situatie is waarvoor we niet de hulpbronnen hebben om mee om te gaan, dan ontkoppelen we ons van die situatie. Het lichaam kan dan niet meer met de situatie meebewegen en dan stopt de beweging in het lichaam. Als representanten wel bewegen en het lichaam van de cliënt niet, dan neem ik dat waar. En doe ik hetzelfde als in traumatherapie. Ik wacht. Want de enige hulpbron die er altijd is, is tijd. Ik geef de tijd die de cliënt nodig heeft om zich te verbinden, en mogelijk zelf de informatie en de bewegingen van de representanten te integreren. Het is een gelegenheid voor de cliënt om iets te verteren dat tot dan toe nog niet verteerd kon worden. Verteren betekent ‘weer tot een deel van je lichaam maken’.

Als ik het goed begrijp kijk je vooral naar wat er níet klopt, naar wat er níet is. Dat is gedurfd, want het lijkt me makkelijker om te kijken naar wat er wél is dan naar wat er niet is. Je weet dan nooit zeker of je op het goede spoor zit. 

Maar het lichaam van de cliënt helpt daarbij. Subtiele aanwijzingen voor stress geven me aanwijzingen. Als een ritme, bijvoorbeeld de ademhaling of het cranio-sacraal ritme in de cliënt stopt, weet je dat de cliënt tijd nodig heeft om iets te verteren. Je kunt het niet gewoon doorslikken. Dan vertraag ik het ritme in de opstelling.

En wat ben je dan voor de cliënt? 

Of voor het cliëntsysteem? Ik word de hulpbron voor de cliënt. Ik ben erin getraind om niet geïdentificeerd te raken met de emoties. Ik kan de emoties voelen én tegelijkertijd naar mezelf en de cliënt kijken in het proces. Ik maak de container voor een helende beweging die tevoorschijn kan komen.

Wat is heling? 

Dat brengt me op een ander principe: ‘All that can relate can be healed.’ Als we niet kunnen dealen met wat er is, moeten we ons afschermen, én verliezen we wat. Iets dat werkelijk bij ons hoort. Elke keer als we moeten dissociëren, splitsen we ons ook af van een potentieel. Een helende beweging is om voor de cliënt de condities te scheppen om meer en meer te integreren.

Oh, dat is interessant! Dus je zegt: met hoe meer je je verbindt, hoe meer potentieel bereikbaar wordt. 

Bereikbaar, ja.

Zou je zeggen dat dat ook geldt voor bijvoorbeeld je verbinden met voorwerpen en het niet levende deel van de wereld? Bescheiden lachend: 

‘Ja!’

Is dan de eerste taak om te zorgen dat iemand zich weer kan verbinden? 

Ja

En dat verbinden de condities schept voor heling? 

Ja! Maar verbonden zijn zonder waarde eraan gekoppeld. Verbonden zijn hoeft bijvoorbeeld niet dichtbij te zijn of fijn te zijn. Verbonden zijn is hetzelfde als aanwezig zijn: te zijn met wat is. Het hoeft niet veranderd te worden, niet geïnterpreteerd te worden. Het is er gewoon en ik sta me toe om me eraan bloot te stellen. Ik sluit me er niet voor af.

Ik kijk ook belangstellend naar het principe van oplossingsgerichtheid. Meer en meer schuif ik in de richting van ‘gerichtheid op transformatie.’ Voor mij was het een interessant moment om te beseffen dat, wanneer ik me tot iets kan verhouden, waartoe ik me eerst niet kon verhouden, er een proces van transformatie begint. Dan hoef ik niet meer naar oplossingen te zoeken.

Hoe ziet transformatie er uit? 

Als iemand iets kan integreren wat eerder nog niet kon, dan is transformatie gebeurd.

En het verschil met oplossing? 

Het is makkelijk om een oplossing te laten zien in een opstelling. Maar als een klant het niet kan integreren is het voor niets.

Terwijl je praat help je me het verschil te zien tussen oplossing en transformatie. Verbonden met oplossing is er een beeld in de toekomst en in het hier en nu. Bij transformatie is er geen eindbeeld. Het is open. Bij een oplossing is er misschien een eindbeeld, iets wat klaar is. Bij transformatie is er het begin van een beweging waar je niet weet waar je uit komt. 

Ja, precies!

Wat is jouw verantwoordelijkheid als opsteller? 

Voor mij is het de kwaliteit van mijn aanwezigheid. Ik bied mijn aanwezigheid aan voor de cliënt en het proces dat zich ontvouwt. Mijn verantwoordelijkheid is om mijn aanwezigheid te trainen en voortdurend te vergroten. Mijn verantwoordelijkheid is daarom ook om persoonlijk werk te doen.

Dat klinkt als een verplichting. Met diepe stem:

 ‘Ja.’

En na een tijdje: ‘Een contract met het universum.