‘Ik heb medelijden met hem en ik voel me schuldig.’

‘Ik heb medelijden met hem en ik voel me schuldig.’

Dat zei Rachel, die in een coaching vroeg wat ze toch aan moest met deze, al zolang bestaande gevoelens.

Ik was verrast dat deze voor mij sprankelend ogende vrouw van een jaar of dertig, vanbinnen met zo’n kwestie zó vast zat; al zolang. Wat kan er toch veel schuilgaan achter ons uiterlijk!

Ze vertelt dat ze als kind meermaals seksueel misbruikt is door een familielid, een man die ze in dat verband nog steeds ontmoet. ‘Ik doe alsof er nooit iets gebeurd is. Ik kan hem niet te schande maken. Bovendien ben ik er zelf schuldig aan.’

Er is meer gebeurd in deze coaching dan ik hier beschrijf. Ik beperk me tot de kern.

Ik vertel haar dat ze een volstrekt normale reactie heeft. Uit onderzoek is bekend dat duizenden vrouwen er op precies dezelfde manier mee omgaan. ‘Als klein meisje draag je geen enkele verantwoordelijkheid voor het misbruik dat een ander je aandoet. Toch heb je dat gevoel wel. Wat een zware last is dat! En wat moedig van je dat je dat zo serieus neemt.’

Ik leg uit dat de systemische binding tussen haar en de dader blijft bestaan als ze niet – helemaal los van de ander – haar eigen weg gaat. Dat gaat niet met een paar woorden: ‘Hij heeft het gedaan; het is zijn schuld.’ Eerder versterkt dat de binding, omdat ze hem erbij betrekt.

Echt onafhankelijk worden van de ander betekent: ‘Ja, ik neem het feit dat het me is overkomen.

Wie en waarom hij het gedaan heeft, is daarbij volstrekt niet van belang. Jouw lot, en hoe het je nu verder vergaat ligt op die manier volledig in jouw eigen handen. Eenvoudig is het niet, het helpt wel.’

Nog een beetje systemisch over haar en de dader toegevoegd: ‘Als jij je verantwoordelijk stelt voor hoe het de dader vergaat, dan gedraag je je als de moeder die voor een klein kind zorgt. Hij is een volwassen man die op zijn manier heeft te dragen wat hij gedaan heeft. Dat gaat buiten jou om. Scherper gezegd: het gaat jou ook niet aan. Hoe hij er ook mee omgaat, het is honderd procent zíjn verantwoordelijkheid. Zelfs als hij, om wat hij met jou gedaan heeft, een einde aan zijn leven zou maken. Daar zou jij nul schuld aan hebben.’

Rachel lijkt deze theoretische benadering te begrijpen en stelt de vraag: ‘Hoe krijg ik dat ooit voor elkaar?’

Ik vertel dat het me een proces lijkt. Het heeft inzet en tijd nodig. Ik bied haar aan om een eerste stap te verkennen. Dat wil ze.

Op mijn verzoek gaat Rachel staan. Ik vraag haar voor zich uit te kijken, de verte in. ‘Je kijkt nu naar de toekomst.’ Bij haar schouders draai ik haar om en zeg: ‘Dit is het verleden. Kijk of het mogelijk is voor je om te zeggen: het is mij overkomen; het is gebeurd.’

Het duurt even. Uiteindelijk fluistert ze die woorden. Ik vraag haar of het mogelijk is om het luider te zeggen, met woorden die uit haar buik komen, zonder zichzelf geweld aan te doen. Niets forceren. Er is wat er is. Na twee keer zit er meer kracht in haar stem.

Ik nodig haar uit nu naar de toekomst te gaan.

En wat er dan gebeurt laat precies zien hoe het in elkaar zit: ze begint achteruit naar de toekomst te lopen. Ik stop haar en vertel dat ik heel goed snap waarom ze het zo doet. ‘Als je met je rug naar de toekomst gaat, blijf je in het verleden.’ Als laatste vraag ik haar zich om te draaien en met het gezicht vooruit naar de toekomst te kijken en als ze wil een stap in die richting te zetten. Dat doet ze.

 

Lezenswaardig vond ik

Agnes van Minnen: Verlamd van angst, herstellen na seksueel misbruik.