Waar we voor staan

Bert Hellinger Instituut Nederland

Waar we vandaan komen, wat we ontwikkeld hebben, waar we staan, wat we achter ons laten en waar we mogelijk naartoe gaan.

Aanleiding
De afgelopen maanden hebben we veel collega’s ontmoet en met veel collega’s samengewerkt in binnen- en buitenland. We hebben daarbij gemerkt dat opstellingen vanuit zo veel verschillende uitgangspunten worden ingezet, dat we ons voor kunnen stellen dat voor veel klanten het verwarrend wordt om te weten wat je krijgt als je vraagt om een opstelling.
Regelmatig herijken en verfrissen we, het Bert Hellinger Instituut Nederland, onze onderliggende uitgangspunten. Dat is altijd gebaseerd op onze eigen ervaringen én ook uitwisseling met collega’s. We vinden het nu een goed moment om die uitgangspunten, zoals we ze nu hanteren, met jullie te delen. We snappen het ook als hier en daar vragende of fronsende wenkbrauwen omhoog gaan.

Bert Hellinger Instituut Nederland, in het hart van systemisch werk in ontwikkeling.
We nemen daar graag verantwoordelijkheid voor.

Jan Jacob, Bibi en Barbara

Waar we vandaan komen en waar we staan

Bert Hellinger
Bert Hellinger heeft twee grote erfenissen nagelaten. Opstellingen en drie overlevingsmechanismen in sociale systemen.

Opstellingen en drie overlevingsmechanismen
Opstellingen zijn een methode, een werkvorm, een levende uitbeelding van een systeem waarbij het inzichtelijk en invoelbaar wordt wat er in een systeem speelt.
De drie overlevingsmechanismen zijn het persoonlijk geweten, het collectief geweten en geest.

BHIN en systemisch werk
Het BHIN heeft de drie gewetens van Bert Hellinger andere namen gegeven: het eenheidgeweten; het systeemgeweten en de evolutionaire kracht. Deze drie overlevingsmechanismen worden pas compleet en operationeel bruikbaar met de toevoeging van (ook Hellinger’s) uitgangspunt van de fenomenologische waarneming. Die is waardenvrij, kijkt naar een systeem alsof je die voor de allereerste keer ziet, met de blik op het geheel en vanuit de verwondering: ‘wat probeert dit systeem ons duidelijk te maken?’

Systemisch fenomenologisch werk is heel goed toepasbaar te maken zonder het gebruik van opstellingen. Bijvoorbeeld voor leraren om een goede leeromgeving voor leerlingen te maken; voor leiders om vraagstukken te begrijpen en systemische interventies te doen; voor coaches om systemische coaching zonder opstellingen te doen etc.
Momenteel is de helft van de trainingen die het BHIN geeft het toepasbaar maken van de systemische benadering zonder daarbij de methode van opstellingen te gebruiken.

Het BHIN kiest er uitdrukkelijk voor om opstellingen uitsluitend te gebruiken als methode ten dienste van en gekoppeld aan systemisch fenomenologisch werk.

BHIN en opstellingen
Het BHIN heeft opstellingen buitengewoon ver ontwikkeld; met name op het gebied van organisatieopstellingen; zogenaamde miniopstellingen; opstellingen met maatschappelijke vraagstukken. Op het gebied van familieopstellingen en opstellingen rond symptomen, ziekte en gezondheid zijn in de loop der jaren een aantal fundamentele ontwikkelingen geweest in de onderliggende uitgangspunten. Dat betekent ook dat we een flink aantal processen en interventies niet meer doen die we een aantal jaren geleden nog wel deden.
Dit ‘werk in ontwikkeling’ zal ongetwijfeld nog langer doorgaan.

Er is een uiterst boeiend experiment van Cecilio Regojo. Dat gaat als volgt. Kondig aan aan een zaal vol mensen dat je één opstelling zult doen voor iedereen tegelijkertijd. Maar niet voor het geheel, maar voor iedereen individueel. Elke deelnemer neemt een situatie in gedachten, misschien een case. Bedenk dan wat bij die case vier belangrijke stakeholders zijn. Één van die vier ben jezelf. Vervolgens komen er vier representanten in de zaal: A,B,C en D. Elke deelnemer bepaalt wie van de vier stakeholders elk van de stakeholders uit haar of zijn case is. Daarna bewegen en interacteren de representanten (zonder woorden) gedurende acht minuten. Dan onderbreekt de begeleider de opstelling. De vier representanten kunnen dan nog vertellen wat ze hebben meegemaakt, deelnemers kunnen hen om verduidelijking vragen.
Vervolgens blijkt voor 80% van de aanwezigen de opstelling betekenisvol te zijn geweest. (NB, er wordt niet gevraagd of de opstellingen nieuwe inzichten, doorbraken of oplossingen boden).

Wij denken:
1e dat mensen graag overal betekenis aan willen geven, dus projecteren ze de opstelling op hun case.
2e dat deze opstellingen vooral zich in het bewustzijn van de clienten afspelen in het gebied van het individueel overlevingsmechanisme (persoonlijk geweten). Dat betekent dat deze opstelling vooral de al bestaande beelden en zo je wilt, het eigen gelijk bevestigt.
3e voor één enkel individu is er misschien wel chocola te maken van de opstelling, maar wat als je met een team van 25 mensen bent en de vraag is zoiets als: hoe moet ons bedrijf zich verder ontwikkelen? Iedereen ziet iets anders, mogelijk de eigen beelden bevestigd, en dan? Brengt de opstelling meer cohesie of minder? Worden de conflicten dieper of lossen ze op door een gezamenlijk beeld?
4e deze opstellingen hebben an sich niets te maken met systemisch werk of systemische principes.

Dus: opstellingen an sich zijn niets. Het zo maar laten bewegen van representanten als je niet heel goed weet wat je doet is weinig zinvol. Opstellingen hebben een stevige kapstok nodig. Zowel om ze verantwoord uit te voeren als om ze te interpreteren. De keus van het BHIN is om opstellingen altijd te starten vanuit het systemisch gedachtegoed, oftewel de drie overlevingsmechanismen en de fenomenologische blik. Én om interventies te doen en te interpreteren vanuit dit zelfde kader. Samen en in nauwe afstemming met het clientsysteem. Dat kan ook een groep van 35 directeuren van een bedrijf zijn. Een geheel en niet uitsluitend 35 delen. Overigens is dit ook wat Bert Hellinger altijd gedaan heeft, zelfs met zijn nieuwe opstellingen. Koppel opstellingen vast aan de systemische gewetens en de vrije, onbevooroordeelde schone blik.

Verbreding, vermenging vervuiling?
Sinds de introductie van opstellingen in 1998 in Nederland en even later van het begrip systemisch werk hebben systeem opstellingen buitengewoon aan populariteit gewonnen en het einde is nog lang niet in zicht. Ook het aantal gebieden waarin opstellingen worden ingezet groeit nog steeds.
De methode van opstellingen blijkt buitengewoon aantrekkelijk en het woord systemisch is inmiddels niet alleen ingeburgerd, maar is ook een letterlijk aantrekkelijk begrip geworden.

Opstellingen, voor alle duidelijkheid, zijn in te zetten voor heel veel verschillende disciplines. En ze worden in Nederland ook ingezet voor veel andere concepten en paradigma’s dan voor het systemisch fenomenologische werk. Bijvoorbeeld binnen de NLP discipline, waarbij opstellingen gebruikt worden om mensen te resourcen (soms levensbedreigend als zo iemand op een belaste plek in een organisatie werkt!), voor constructivistische doelen, waarbij een nieuwe werkelijkheid (en soms een illusie) wordt gebouwd. En nog veel meer.
Wij vinden dat opstellingen in Nederland en in een deel van de 30 andere landen waar we werken of werkten voor veel te veel verschillende disciplines wordt gebruikt.
En we vinden ook dat het woord ‘systemisch’ voor veel te veel benaderingen wordt gebruikt die niet systemisch fenomenologisch zijn. De op zich buitengewoon krachtige concepten van zowel opstellingen als systemisch werk worden vervuild met veel oneigenlijke benaderingen en toepassingen. Daarmee verliest niet alleen de systemische opstelling aan kracht, maar ook de geloofwaardigheid bij de eindgebruikers. Ten slotte is deze vervuiling niet erg erkentelijk voor de kracht van de erfenis van Bert Hellinger.

Het BHIN en vernieuwing
Het BHIN wordt gezien als een van de meest innovatieve instituten als het gaat om de ontwikkeling van systemisch werk, opstellingen en de toepasbaarheid daarvan op vele gebieden in de samenleving. Kern voor het BHIN is dat we werken vanuit het oorspronkelijke DNA, de oorspronkelijke bronnen die liggen onder systemisch werk. De drie overlevingsmechanismen die Bert Hellinger heeft blootgelegd zijn, daar lijkt het inmiddels heel sterk op, inherent aan de menselijke soort (en ook een aantal andere soorten die in groepen leven, zoals paarden, honden etc). Dat betekent dat de bron van systemisch werk heel erg verbonden is met de menselijke aard, als groep, als deel van de evolutie, als individu. Het diepste gevoel in ons werk, of het nou werk met multinationals is, met politici of met een ernstig ziek persoon, is een verbondenheid met wat het betekent om mens te zijn in deze wereld.

Vernieuwing wordt voor ons gevoed door een steeds dieper begrip van hoe de drie overlevingsmechanismen werken aan de ene kant en het aansluiten bij de natuurlijke systemische intelligentie van mensen en menselijke systemen aan de andere kant. Nieuwe inzichten komen soms bij toeval, met horten en stoten. Soms voelen ze ongemakkelijk, omdat we opeens beseffen dat iets wat we lang gedaan hebben eigenlijk niet meer klopt. Vernieuwing betekent voor ons ook bereid te zijn om af te breken wat we indertijd liefdevol hebben opgebouwd. Daarom staat er hieronder ook een lijstje van interventies die we niet meer doen.

Voortschrijdende inzichten

Een organisatie systeem is geen familiesysteem
Al heel vroeg, rond 2000 werd duidelijk dat organisatie systemen en familiesystemen wezenlijk verschillen en dat je beide systemen te kort doet, wanneer je een organisatie beschouwt als een (bijzonder) familiesysteem. En bovendien: een patroon dat in de ene context een vloek is kan in een andere context een zegen zijn. Het is niet nodig om persoonlijke issues op te lossen om goed in een organisatie te kunnen werken.

Van opstellingen naar systemisch werk
Van Bert en anderen hebben we vanaf 1996 geleerd om opstellingen te doen. In de eerste opleidingen familieopstellingen die we gaven, tot aan 2000 toe, was de hoofd focus op het leren begeleiden van opstellingen. Met alleen heel gefragmenteerd onderliggende theorie. Voornamelijk ging die theorie over binding, ordening en balans in geven en nemen. Pas in 2000 kwam de brief van Bert ‘An meine Freunde’, waarin hij de eerste twee gewetens uitlegde en hoe die tegen elkaar in werken. Op dat moment kwam er cohesie in Berts empirische theorie over hoe sociale systemen werken. Die knowledge base ondersteunde opstellingen.
Vrij snel daarna hebben wij, het BHIN ervoor gekozen om het systemisch gedachtegoed centraal te zetten. Opstellingen zijn daarbij niet alleen de meest krachtige tool die we hebben, maar ook nog eens de belangrijkste bron voor vele, zo niet alle nieuwe inzichten.
Pas jaren later, misschien in 2008 kwam Bert met z’n begrip geest, het derde overlevingsmechanisme. Het heeft ons jaren gekost om dat begrip goed te doorgronden en operationaliseerbaar te maken. Vele opstellers in Duitsland en andere landen zijn afgehaakt toen Bert ‘geest’ introduceerde.

De client is verantwoordelijk
Alleen de client is verantwoordelijk voor het nemen van het leven met alle consequenties van dien. In het begin dachten we dat als het familiesysteem een beetje beter geordend was dat de client goed zou doen. Dat geeft vaak kortdurende opluchting, maar brengt de client in een afhankelijke positie. Gevolg is ook dat we de client of het clientsysteem steeds actiever betrekken om de mogelijkheden te geven om in actie te komen of te voelen waar de grenzen liggen van verantwoordelijkheid nemen.

De begeleider is deel van het systeem.
Eye-opener was het bericht uit de samenleving dat bedrijven wel de methode van opstellingen vertrouwen maar niet de opsteller. Oorspronkelijke dachten we dat de opsteller geen deel van het opgestelde systeem is. Nu denken we het omgekeerde: de opsteller ís deel van het clientsysteem.

Van mensen naar gebeurtenissen
Oorspronkelijk dachten we vooral in termen van wat mensen in een familiesysteem gedaan hebben en de verstrikkingen die daaruit voortkomen. Opa misdroeg zich, werd buitengesloten en een kleinzoon vertoont onbewust hetzelfde gedrag als Opa.
Nu weten we dat het niet zozeer gaat om gedrag van mensen, maar vooral om gebeurtenissen die niet in het systeem verwerkt konden worden.

Van verstrikkingen naar patronen.
Oorspronkelijk hadden we het over verstrikkingen, onbewust in een familiesysteem verstrikt geraakt zijn. En iets dat opgelost of ontstrikt moet worden. Totdat duidelijk werd, dat zogenaamde verstrikkingen eigenlijk patronen zijn. Patronen die heel erg behulpzaam kunnen zijn en soms vreselijke obstakels. We kijken nu dus veel meer neutraal naar patronen en zijn vooral benieuwd wat die patronen proberen te doen voor het systeem.

Van ‘van een verstrikking af willen’ naar ‘voorbij een patroon groeien’.
In het begin probeerden we verstrikkingen op te lossen of om clienten uit de verstrikking te laten stappen. Rond 2003 werd uit eigen ervaring duidelijk aan Bibi en Jan Jacob, dat opstellingen niet het effect hebben dat patronen (of verstrikkingen) verdwijnen. Maar wat wel werkt, is het je bewust worden van patronen, waardoor je er beter mee kunt omgaan. Deze ontdekking was een fundamenteel kantelpunt! Het lijkt misschien dat een patroon verdwijnt uit een familie, maar meestal is dat schijn. Het lijkt zo omdat betrokkenen er minder last van hebben.
Een volgende stap is: voorbij het patroon groeien. En de vooralsnog enige manier om dat te doen is juist net omgekeerde van het patroon kwijt willen: namelijk volstrekt het patroon wórden. En accepteren. En deel van je laten zijn. Dán kun je eraan voorbij groeien, waarbij het patroon voorgoed deel van je (historie) is.

Wat we niet meer doen

Een last teruggeven
Een last is niet terug te geven aan je ouders. Dat is een illusie. Als je ouders het zelf hadden kunnen dragen, hadden ze dat immers gedaan. Wat je wel kunt doen is een last die niet de jouwe is loslaten. Zonder dat je weet of iemand die op gaat pakken. Systemisch afschuiven is er wat ons betreft niet meer bij.

Toestemming achteraf krijgen
Ouders geven geen toestemming meer aan hun kinderen om succesvol te zijn of vrolijk te zijn. Ook dat is een illusie. Én houdt het kind in de kindpositie. Wat wél werkt is het diepe besef dat je nooit de toestemming van je ouders krijgt waar je zo’n behoefte aan had. Daarmee heb je het te doen in je leven. Daar komt de impuls voor opgroeien vandaan. En….. het vermogen om toestemming te némen……

Mama, wil je je plaats innemen…..?
Herordenen is het verleden willen veranderen. En opnieuw, dat is een illusie. Nog erger wordt het als een kind aan haar ouders vraagt om hun plek in te nemen. Dat is een impliciete uitnodiging voor het kind om boven haar ouders te gaan staan. Onder het mom van ordening ontstaat er nog meer wanorde. Wat helpt is om te zien en te begrijpen hoeveel wanorde er was. En dat je als kind niet die wanorde geschapen hebt. En hoewel het je je jeugd heeft gekost ben je toch fysiek volwassen geworden. En dan is de keuze aan jou: blijf je in de kind positie of neem je het risico ontrouw te worden en te zeggen: het was genoeg…

Illusies en hoop helen niet. De werkelijkheid en verantwoordelijkheid nemen helen wel.
Lang werd gedacht dat opstellingen een middel was om de wereld een betere plek te maken. Op z’n best helpen opstellingen de wereld te zien zoals die is, mét z’n dynamieken boven en onder de oppervlakte. En van daaruit anders om te gaan met de werkelijkheid. Erkennen wat is, is niet alleen de meest helende maar ook de meest pijnlijke, én louterende interventie.

Het grotere systeem impliciet beschuldigen.
Natuurlijk is de zuigkracht van systemen sterker dan een individu of zelfs een hele familie. Dat kan je in de verleiding brengen om in een toestand te raken van slachtofferschap. Maar slachtofferschap helpt niet om verantwoordelijkheid voor het eigen leven te nemen en relaties te helen die beschadigd zijn geraakt. Het is juist een diep begrip van de drie overlevingsmechanismen en hoe die tegen elkaar in werken die mensen, groepen, organisaties en grotere systemen gelegenheid geeft weer op eigen benen te staan en te lopen.

Oplossingen bieden
Oorspronkelijk eindigde elke geslaagde opstelling met de woorden: ‘dat is de oplossing’. Oplossingen zijn ook weer beperkingen. Bovendien: wat een oplossing is voor een individu kan zo maar eens geen oplossing zijn voor het systeem als geheel. En dat wordt des te sterker zo naarmate er meer systemen betrokken zijn.
Wat we wel willen bieden zijn inzichten die oplossingsruimte scheppen: het vermogen om verantwoordelijkheid te nemen.
Én wat we willen bieden is het begin van een transformatieproces: een toestand waarin een persoon of organisatie een aantal lastige vraagstukken onder ogen kan zien én verwerken, zonder te weten waar het systeem uit gaat komen of wat de identiteit zal zijn na het proces.
Kortom: we zijn verschoven van eerste orde interventies (oplossingen) naar tweede orde interventies (inzichten) en nu gloren derde orde interventie (naar een transformatieve toestand brengen)

‘Client, neem nu je eigen plek in’
Opstellingen eindigden met ‘Neem nu je eigen plek in’. Inzichten uit onder ander neurobiologie hebben laten zien dat het veel zinvoller is als een client vanuit verschillende plekken in een systeem kijkt, voelt, waarneemt. En tussen die plekken heen en weer loopt. Daarmee worden zenuwbanen gestimuleerd om verbindingen te leggen tussen delen van het zenuwstelsel die minder goed met elkaar communiceerden. Én we geloven dat juist veel perspectivigheid helpt om beter te functioneren vanuit de plek in het systeem waar je nu bent.

‘Je vraagstuk is niet rijp’
We wijzen geen vraagstukken meer af. Er was een gewoonte dat een vraag behoorlijk serieus moest zijn om mee te kunnen werken. Dat was ook een impliciet signaal dat je eerst een dieper of groter probleem moet hebben om een opstelling te kunnen doen. We geloven dat vanuit elke motivatie van een vraaginbrenger een systemisch inzicht zinvol kan zijn. De beperkingen zijn eerder óf ethisch van aard (je baas willen veranderen) of technisch van aard (het is geen vraagstuk met een systemische component).

Hulpbronnen aanbieden
Soms werden aan de client of de representant van de client in de opstelling hulpbronnen aangeboden. Uiteraard versterkte dat de client. Maar voor wát versterkte het de client? Als iemand overbelast is vanwege het onbewuste patroon ‘andermans opgave vervullen’, dan kan het versterken van de client uiteindelijk levensbedreigend zijn. Systemisch gezien is het veel beter om eerst uit te zoeken waardoor de client overbelast is, voordat wat dan ook voor hulpbronnen zinvol zijn.
Ons inzicht is: een client is in staat zelf de nodige hulpbronnen te mobiliseren, pas nadát er inzicht is ontstaan in én acceptatie is van de onderliggende patronen.

Een helder geformuleerde vraag.
Vroeger werd er alleen gewerkt als er een helder geformuleerde vraag was. Wat we doen is systemisch fenomenologisch werk. Dat is per definitie diffuus en niet lineair. Een heldere vraag eisen van de client is een uitnodiging om lineair te denken. Voor ons hoeft een vraag niet helder te zijn. De vraag is het vertrekpunt voor een proces. Soms wordt de vraag pas tijdens of na de opstelling wat helderder. Interessanter dan een heldere vraag willen is: wat maakt dat de client nu op deze manier deze vraag heeft? Daar moet een goed systemische reden voor zijn!

Praten over systemische wetten
Systemisch gezien is het praten over systemische principes alsof het wetten zijn fout. Wetten zijn normatief en komen uit een andere discipline dan de fenomenologische. Wetten zijn voorschrijvend, en zo zijn opstellingen en systemische interventies nooit bedoeld. Hellinger komt ook uit een kerkelijke discipline en heeft daar ook taal en woordgebruik uit meegenomen. Heel in het begin heeft hij ook wel het woord wetten gebruikt. En dat weer los gelaten.

Waar we mogelijk naartoe gaan

Het BHIN heeft de neiging om zich in dienst te laten nemen door de evolutionaire kracht. Dat betekent dat we ons regelmatig in opdrachten bevinden of in landen die we niet zelf uitgekozen hebben en vaak tegelijkertijd opwindend als angstaanjagend zijn.

Uiteraard zeggen we ook veel ‘nee’. Dat ‘nee’ heeft z’n bron in het zogenaamde eenheidgeweten, in dat wat we als BHIN zijn: ten diepste verbonden met de essentie van systemisch werk. Voor zover we dat nu kennen. Regelmatig vliegen we ook uit de bocht. De ontsporing gebruiken we dan om ons nog bewuster te worden van wie en wat we zijn en willen zijn in het zich snel ontwikkelende veld van systemisch werk en vooral de wereld en waar die zich naartoe beweegt.

We zijn ons heel bewust van komende generaties. Én in termen van het systeemgeweten: we zijn ons ervan bewust dat de patronen die wij in systemisch werk gestopt hebben, misschien niet de patronen zijn die komende generaties vol systemische intelligentie nodig hebben.

We hebben geen idealen in de zin van de wereld willen verbeteren. Lichtzijde én schaduwzijde, voorspoed én crisis mogen er zijn. We zijn diep dankbaar voor de ongelooflijke luxepositie die ons werk en onze passie ons verschaft. We weten heel goed dat wij zelf tot nu toe nooit in diepe crises of diepzwarte periodes ondergedompeld zijn geweest, op een manier waarop veel van onze klanten en landen waar we werken wel zijn of zijn geweest.
Waar we wel van houden is om te werken voor en met mensen die op kleine schaal of op grote schaal een verschil kunnen maken in de wereld. Maar of dat een verschil ten goede of ten kwade is, dat zullen we nooit echt kunnen beoordelen.

We voelen wel dat systemisch werk nog enorm veel potentie heeft. En daar waar de wereld gebruik wil maken van die potentie laten we ons graag, met alle risico’s van dien, mee naar toe nemen.

November 2017
Jan Jacob, Bibi en Barbara